Materiaal voor taalondersteuning: woordenschat (Huis van het Nederlands Brussel)

In de eerste oefenreeks wordt gewerkt rond vaste collocaties bij voorzetsels en  werkwoorden. Daarnaast zijn er onder meer oefeningen over minimale paren, uitdrukkingen en synoniemen voor het woord ‘aspecten’. Het doel is steeds om woorden betekenisvol in een zin te gebruiken.

In de tweede oefenreeks worden studenten getraind om te variëren in woordenschat. Studenten worden uitgedaagd om woorden zoals ‘enorm’ en werkwoorden zoals ‘maken’ en ‘doen’ te vervangen door een preciezer woord. Verder is er een oefening om synoniemen te bedenken. In een syntheseoefening wordt gevraagd woorden in een tekst te vervangen door preciezere varianten.

Er werd ook een format ontwikkeld om een woorddossier bij te houden. Studenten kunnen een woordenlijst bijhouden van alle nieuwe of moeilijke woorden die ze in cursussen, in de lessen en in de context van hun opleiding en het hoger onderwijs tegenkomen.

Resultaten en evaluatie

/

Succesfactoren en aandachtspunten

    1. De materialen en oefeningen zijn didactisch vlot inzetbaar.
    2. Er is telkens een studenten- en een docentenversie.
    3. Het materiaal beantwoordt aan reële noden en behoeften van taalondersteuning.
    1. Koppel het materiaal steeds aan opleidingsgebonden vaardigheden of inhouden en/of aan de interesses of leefwereld van studenten.
    2. Bied studenten voldoende ruimte voor eigen inbreng en samenwerkend leren.

Relevante literatuur

De Wachter, L., Verrote, L., Broeckx, L., Cuppens, L., Potargent, J., Van Brussel, I., Verlinden, E. (2010),  Hoofdstuk 2 Terminologie in Taal@hogeronderwijs. Praktische richtlijnen en oefeningen. Acco, Leuven, p. 11-32.

Download deze pagina

Download "Materiaal voor taalondersteuning: woordenschat (Huis van het Nederlands Brussel)" als PDF