Taalmonitoring

Studenten leggen een verplichte taaltest af tijdens de onthaaldagen van de eerste opleidingsfase in het studiegebied Handelswetenschappen en Bedrijfskunde. Wie minder dan 70% haalt op deze test, volgt in het eerste semester het opleidingsonderdeel Nederlands 1a.  Wie 70% of meer haalt, krijgt een vrijstelling.

Bij de aanvang van het tweede semester, is er een vervolgtraject. Dit wordt ingevuld door zes sessies één-op-één taalmonitoring op maat door een studenttutor. De taalmonitoring is expliciet gericht op ondersteuning van studenten die werken aan taal om hun slaagkansen te verhogen. De focus ligt op schrijven: van taalcorrectheid, over register tot structureren van teksten.

De begeleidende studenten verwerven studiepunten als onderdeel van hun opleiding. Ze oefenen onder meer coachingvaardigheden en het inspelen op taalnoden van andere studenten. Daarbij zetten ze adequate leermiddelen in, volgen ze de vorderingen op en rapporteren ze schriftelijk over (het verloop van) de verstrekte begeleiding. Om hun vaardigheden in taaldiagnostiek en feedbackgeven aan te scherpen, maken ze in het eerste semester een analyse van de schrijf- en presentatievaardigheid van studenten uit de academische lerarenopleiding economie van de KU Leuven Campus Brussel. Zo worden de begeleidende studenten getraind om oog te hebben voor alle relevante taalaspecten en feedback te geven aan niet-taalstudenten.

Zowel vanuit de KU Leuven als vanuit Odisee worden de studenten begeleid en opgevolgd. De taalmonitoring vindt plaats in een gestructureerde context.

Resultaten en evaluatie

Begeleide studenten melden vooral dat ze de persoonlijke begeleiding waarderen. Ze zien meteen resultaat bij de hulp met talige opdrachten.

 

Succesfactoren en aandachtspunten

    1. Studenten werken met reële schrijfopdrachten en vertrekken van concrete vragen of individuele taalnoden.
    2. Uit bevragingen blijkt vooral een positief effect op welbevinden, er is een hoge mate van tevredenheid bij tutees en tutoren.
    1. Beperkt aantal tutoren, de vraag is groter dan het aanbod.
    2. Coördinatie, maar vooral kwalitatieve opvolging is arbeidsintensief.
    3. Inzichten uit rapportering van begeleidende studenten worden niet altijd gedeeld met lectoren van de begeleide studenten. Er is geen structurele terugkoppeling of effectmeting.

Relevante literatuur

/

Download deze pagina

Download "Taalmonitoring" als PDF